Vogelbescherming Nederland is bezorgd over het toenemend aantal plannen om zonnepanelen op open water in natuurgebieden te plaatsen. “We onderschrijven de noodzaak van de energietransitie, maar vinden dat natuur en open water daarbij gespaard moeten worden”, aldus de organisatie. “Voor de noodzakelijke energietransitie overwegen overheden en energieproducenten om zonnepanelen op water te plaatsen. Zelfs zeer belangrijke natuurgebieden als het IJsselmeer dreigen hiervoor in aanmerking te komen.”

watt

Deze ontwikkeling baart Vogelbescherming zorgen, omdat hierdoor grote oppervlakten geschikt leefgebied voor beschermde en veelal bedreigde watervogels dreigen te verdwijnen, vogels waarvoor Nederland een internationale verantwoordelijkheid heeft. Zoals de visdief, een bedreigde vogelsoort die op de Rode lijst van Nederlandse broedvogels staat. Daarnaast zijn veel open wateren belangrijk voor doortrekkende en overwinterende soorten als zwarte stern, grote zaagbek, toppereend en nonnetje.

“Drijvende zonnepanelen op grote schaal zullen veel ruimte in beslag nemen, terwijl het leefgebied van vogels vaak al onder grote druk staat door onder andere visserij en recreatie. Over de mogelijk schadelijke effecten van zonnepanelen op de natuur ónder water is nog weinig bekend. Wel is duidelijk dat ze licht wegnemen, wat van invloed is op het onderwaterleven en de voedselvoorziening van allerlei dieren. Minder licht betekent minder plankton en waterplanten, dus minder zuurstofproductie in het water.”

Nieuwe bedreiging voor vogels
Het is volgens Vogelbescherming Nederland een zorgelijke ontwikkeling dat het plaatsen van zonnepanelen op water steeds vaker wordt beschouwd als een serieuze mogelijkheid om energie op te wekken. “We zijn groot voorstander van de opwekking van duurzame energie, maar dat mag niet ten koste gaan van natuur. Naast de klimaatcrisis kampen we immers ook met een biodiversiteitscrisis. We moeten daarom zeer voorzichtig omgaan met de natuurgebieden die er nog zijn. Deze hebben veelal een beschermde juridische status als Natura 2000-gebied.”

Lees het gehele artikel op de bron: Biojournaal