Website sponsoren:

Kano centrum Arjan BloemKano Centrum
Arjan Bloem
Specialsit in Uurwerken Arnold van der Duim
Specialist in Uurwerken
Fotografie Robert van den Berg
Fotografie

Tochtverslagen 2018

Zeekajakweek Finistère Lescléden, Bretagne.

Finistère is een Frans departement. Het is een schiereiland in de regio Bretagne en er wordt Bretons gesproken (een bedreigde Keltische taal). De standplaats is het dorpje Lescléden dat in de buurt van het stadje Audierne ligt. Vanaf de camping is het 1.500 m van het strand. De camping heeft een eenvoudig sanitair, maar beschikt over voldoende spoelbakken om na het varen het zilte spul te spoelen. Het vaargebied is de Mer d’Iroise, rondom de Pointe du Raz, in het westen van Bretagne. De Pointe du Raz is een 72 meter hoge kaap en is het meest westelijke punt van Frankrijk. Even ten noorden hiervan ligt de Pointe du Van, met daartussen het brede zandstrand van de Baie des Trépassés. Je kunt hier mooi surfen op de oceaandeining. Bij de Pointe du Raz loopt een van de grootste tide-races van Bretagne. Langs de grillige rotsen kun je goed rockhoppen (tussen en langs rotsen varen). Op ongeveer 10 km uit de kust ligt de archipel van Ile de Sein. Onze groep bestaat uit 2 instructeurs en 6 deelnemers.

Zondag 17 juni.

Op de eerste dag vertrekken we van Pors de Theolen naar Pors Brezellec. Het is een beschut strand met veel rotsen ervoor. We brengen onze boten tot aan het begin van de trailerhelling. Er staat een normale brandig en ondanks enige spanning bij mij gaat het varen erdoor vrij gemakkelijk. Eenmaal op zee is het wel wennen aan de Atlantische deining en moet ik zoeken naar mijn stabiliteit. We varen langs de kust tussen graniet rotsen waar je goed moet manoeuvreren en timen. Op het moment dat het water zich terugtrekt moet je peddelen, want een grote aanrollende golf kan je makkelijk tegen de rots slaan. Later varen we door een grote doorgang. De rotspartij in het water zorgt ervoor dat het water er hard stroomt. Een ruime bocht om de rotsen heen is gewenst, maar mijn kajak wil rechtdoor en ik neem wat meer risico door de bocht af te snijden. Dan word ik toch verrast door een grote golf en voor ik het in de gaten heb word ik met boot en al uit het water opgetild. Even begrijp ik totaal niet wat er gebeurt, maar wanneer ik weer op het water terug plons bonkt mijn hart in mijn keel. Ik besef dat er verder niets aan de hand is, maar de adrenaline stroomt door mijn aderen (…wauw dat was kicken!)

Voor een pauze gaan we aanlanden op Pors Brezzelec. We moeten door de branding heen en ik vind de brandingsgolven best intens. Ik maak snelheid, maar de golf haalt me in en ik kom dwars op de golven te liggen. Ik blijf tot mijn verbazing in mijn boot, maar wanneer de volgende golf aan komt rollen begin ik te twijfelen. Te laat gereageerd en dus lig ik om. Ik kan er gewoon staan, maar laat wel mijn boot los... De boot wordt richting de rotsen gestuwd en moet uit de branding worden opgevist. Wanneer ik ook ben aangespoeld en drie keer van kleur ben verschoten (omdat ook al mijn kaarten, die ik op het dek had, zijn verdwenen) trek ik maar gauw iets droogs aan. We gaan onder een groupshelter zitten en merk dat je daarin snel weer opwarmt.

Na de pauze gaan we vlak bij de rotsen reddingoefeningen doen. We oefenen de TX redding en oefenen met het aanhaken van een sleeplijn in het ruige water. Op de terugweg blijkt de wind flink te zijn aangetrokken. Op de deining ontstaan opwaai golven en de kajakker voor je verdwijnt volledig uit het zicht. Wanneer we het strand Pors de Theolen in het zicht krijgen en we vanaf zee naar de branding golven kijken word ik angstig. De golven zijn 2,5 meter en ik moet tegen een van de instructeurs melden dat ik dit echt heel eng vind. De andere instructeur gaat als eerste en verdwijnt lang uit het zicht. Gelukkig kan hij goed rollen en zien we hem uiteindelijk veilig aanlanden. Een ervaren deelnemer gaat daarna en wordt begeleid om het goede moment uit te kiezen. Ik zie hem bijna verticaal tegen de rug van een golf en dan hoor ik de instructeur roepen dat hij terug moet varen. Er wordt een besluit genomen dat deze landing te gevaarlijk is en we gaan een stuk terug naar een klein haventje. Daar is een steile trap en we stappen rechtstandig uit onze boten en zwemmen, de boot duwend, naar de trap. Het is nog een hele klus alle boten bij de veel hogere gelegen parkeerplaats te krijgen. Ik heb mijn droge kleren in de auto liggen, maar krijg het door het sjouwen het snel weer warm. Nadat de auto’s zijn gehaald en de boten weer opgeladen zijn, rijden we nog even naar het strand. De golven zijn al wat minder hoog, maar nog steeds indrukwekkend.

Maandag 18 juni.

Vandaag vertrekken we vanaf Pors Anse du Loc’h naar Point du Raz. Het doel is een kijkje te nemen bij de tide-race. Dit is een natuurlijk verschijnsel waarbij een snel bewegend getij door een vernauwing gaat, resulterend in de vorming van golven, draaikolken en gevaarlijke stromingen. Het wordt veroorzaakt doordat de kaap onder water verder doorloopt. Het strand waar vandaan we vertrekken heeft geen rotsen en we varen in westelijke richting. Ik heb besloten vandaag mijn droogpak aan te doen, want ben gisteren een aantal keer flink afgekoeld. Er staat onderweg weinig wind en deining en we varen er in zo’n 1,5 uur ernaartoe. Wanneer we bij de stroomversnelling zijn blijven we in het keerwater. Het is net of je naar een snelweg op het water kijkt. Ineens loopt er een baan met kolkende golven. De stroming gaat naar het zuiden en de golven naar het noorden. Heel bijzonder om dit te zien. Op de terugweg gaan we bij een haventje met een steile trailerhelling pauzeren. We tillen de boten daar omhoog. Dan glijd ik uit op een stukje verraderlijk mos en val hard met mijn wang op de punt van mijn kajak. Ik probeer nog in een reflex de kajak vast te pakken, maar doordat het vlak zo hellend is glijd ik ook naar beneden. Gelukkig blijft de ander staan en houdt hij de kajak goed vast. Flink schrikken dus, maar ondanks dat mijn wang bloed valt het mee en wordt er later met de filmpjes van ‘de dikke en de dunne’ op het netvlies alweer hartelijk om gelachen.

Onderweg doen we weer reddingoefeningen. Eerst gaan we in groepjes van drie een sleepoefening doen. Het wordt een estafette waarbij het belangrijk is dat je snel kunt handelen. Bij een klein strandje oefenen we om snel uit je boot te stappen bij een stevige branding. De bedoeling is twee benen alvast uit de kuip te laten hangen en zo al peddelend te landen. Mij lukt het half en houd het bij één been. Daarna oefenen we met het vertrekken. De techniek die erbij hoort is op het achterdek van je boot te gaan liggen en al peddelend met handen en voeten in rustiger water te komen. Daar gebruik je dan een peddelsteun om in je boot te klimmen. Ik merk dat ik weinig snelheid maak en denk aan een eerder gekregen tip om je peddel erbij te gebruiken. Ik gebruik de schoolslag met mijn benen en kom zo snel vooruit. Dan oefen ik nog met het in de boot klimmen vanuit het water. Ik heb dit nog niet eerder in mijn droogpak gedaan en ik merk dat ik het wel zwaarder vind, maar bij de tweede poging lukt het me. En ik besef me hoe fijn het is dat ik deze technieken allemaal al kan. Wanneer we weer bij het vertrekpunt zijn moeten we nog even flink aan de bak. Het verval tussen eb en vloed is wel 6 meter en het strand is nu wel drie keer zo groot geworden. Het tillen van de kajaks naar de auto’s is dus nog een pittig klusje.

Dinsdag 19 juni.

Vandaag gaan we branding varen bij Baie des Trépassés. Ik besluit met deze oefendag weer voor mijn droogpak te kiezen. Er staat een normale branding, maar de golven zijn aanzienlijk vind ik. Ik neem de tijd om aan de kracht van de golven te wennen en blijf eerst wat dichter bij het strand. Ik merk dat de boot prima door de golven heen klieft en vaar naar de hogere. Wanneer ik om ga lukt het om snel het spatzeil los te maken, mijn peddel vast te pakken en op het achterdek van de boot te leunen. Het is spectaculair om door de volgende golf meegesleurd te worden richting strand. Wanneer ik later door de hoogste golf wil ga ik voor de derde keer om, maar het is fantastisch om hier vertrouwd mee te raken. Nu wil ik proberen om vanaf zee aan te landen, maar vind het te spannend om mijn boot in de golven te draaien. Dit moet snel gebeuren en het draaien van mijn sirius duurt wat lang. Ik mag even een valley gemini sp lenen. Een polyetheleen boot die voor dit werk heel geschikt is. Ik vaar makkelijk door de hoogste branding golf en ga vanaf zee helemaal er doorheen. Ik breek uit naar links en word dus scheef weggezet (een bongoslide.) Met een lage peddelsteun en opkanten lukt het me in de boot te blijven. Het is een geweldige ervaring en de keus voor het droogpak een goede. Een andere deelnemer heeft wel even hulp nodig om weer bij het strand te komen. De keerstroom is sterk en een ander van onze groep neemt haar achterop.

Woensdag 20 juni.

Het plan is om vandaag in de tide-race te gaan varen bij Pointe du Raz. Vanaf Baie des Trépassés is het een half uur varen, maar niet geschikt om vanaf dit strand, met de grote branding golven, te vertrekken. We vertrekken dus, net als de tweede dag, vanuit Anse du Loc’h. Het is net als de andere dagen mistig en staat er weinig wind. Voor we er zijn houden we nog even een sanitaire stop. Ik merk dat ik me wat slap voel en eet even snel wat repen. Wanneer we weer bij het keerwater zijn wordt afgesproken een voor een met een instructeur in de race te gaan varen. Ik geef aan dat ik even weinig energie heb en wel even wacht. Een ervaren deelnemer gaat eerst en ik zie hem hard peddelen op het ruige water. Na een tijd gaat de instructeur met de volgende deelnemer in de race varen, maar vanwege het mistige weer zijn ze snel uit ons zichtveld verdwenen. De andere instructeur zoekt via marifoonkanaal 77 contact met de verdwenen twee. Het contact komt wel tot stand, maar het is onverstaanbaar.

Wanneer je achteruit wordt gezet in de tide-race is het belangrijk weer in het keerwater, dat ernaast loopt, te gaan varen. Zo kun je weer naar de kust varen. De tide-race loopt naar het zuiden en omdat de stroming (buiten de race) naar het oosten loopt (naar de kust) is het logisch dat ze niet op het punt van vertrek zullen uitkomen, maar een stuk zullen uitwaaieren. Er is inmiddels drie kwartier verstreken en we beginnen langs de kust terug te varen. Er wordt een koers uitgezet en we varen op één lijn binnen zicht afstand naast elkaar. Om de minuut zorgen we voor een fluitsignaal. Eerst denken we een antwoord te horen, maar het signaal wordt door de rotsen weerkaatst. Na zo’n 1,5 uur vangt onze instructeur op dat er via kanaal 16 een noodoproep is gedaan via een PLB (Personal Location Beaken). Er wordt dus een zoekactie door de kustwacht en de omliggende schepen opgezet. Er komt ook een vissersboot naar ons toe en ik ben blij dat hij de Franse taal goed beheerst en kan aangeven dat het om twee andere kajakkers gaat. Na zo’n 2 uur wordt er via marifoonkanaal 77 weer een verstaanbaar bericht ontvangen, waaruit blijkt dat ze het haventje weer hebben gevonden. Wij zijn daar maar 10 minuten vandaan en varen daarnaartoe. Gelukkig hebben ze op eigen kracht de kust weer weten te bereiken. De instructeur belt de kustwacht terug en een vissersboot die komt aanvaren wordt geïnformeerd dat de twee weer terecht zijn. De twee zijn in zo’n 10 minuten kilometers weggezet, maar hadden geen idee hoever ze van de kust waren. Ze zijn met behulp van een kompas naar het Noordwesten blijven varen. Na afloop wordt er goed geëvalueerd en aangegeven dat er sprake is geweest van onderschatting.

Donderdag 21 juni.

Het weer is vandaag zonnig, maar er waait wel een harde wind (windstoten met windkracht 7). Er wordt een rustdag ingelast en eigenlijk is ook het beste voor mijn spieren. We gaan naar het stadje Audierne en genieten van koffie met gebak op terras en maken een wandeling door het stadje. ’s Middags bezoeken we het scheepvaartmuseum en ik koop nog een mooie foto van Baie des Trépassés. ’s Avonds hebben we een gezamenlijk diner bij restaurant Baie des Trépassés. Het uitzicht is geweldig en door een verrekijker zie ik Ile de Sein liggen. Het restaurant is gespecialiseerd in visgerechten en ik kies voor een voorgerecht met krab en een hoofdgerecht met forel in Normandische saus. Een aanrader!

Vrijdag 22 juni.

Het is vandaag de mooiste dag, zonnig en weinig wind. We varen vanuit Baie des Trépassés richting Point du Van. Vandaag heb ik mijn neopreen wetsuit aan. Het anorak neem ik wel mee, maar heb ik niet nodig. Onderweg varen we langs de rotsen en gaan we rockhoppen. Dit hebben we ook even op de eerste dag gedaan en het is leuk dit nog een keer te doen. Bij het rockhoppen wacht je tot het water z’n hoogste punt bereikt, waardoor je over de rotsen die in het water liggen heen kunt peddelen. We varen door een grot met kleurtinten rood en paars en het water is vandaag zo prachtig blauw. Wanneer het water tegen de klippen te pletter beukt spat het in wit schuim uiteen, fantastisch! Wanneer je de grot uitkomt is het belangrijk goed te kijken naar de deining en je moment te timen. Het gaat mij prima af en geniet van het varen. ’s Middags gaan we nog met een klein groepje nog de andere kant op naar Pointe du Raz. Ik vaar even in de stroomversnelling waar nog geen hoge golven zijn. Ik moet veel kracht gebruiken om tegen de stroom in peddelend er weer uit te komen. Daarna varen we achteruit een grot in. Het is belangrijk om naar de zee te blijven kijken, zodat je adequaat kan reageren indien nodig. Wanneer we weer door de branding varen word ik ook eens naar rechts weggezet en het lukt nu ook met mijn eigen boot door de branding te varen. Dit gebied is echt geweldig voor je kajak skills!

Verslag Judith Geurts.

Terug naar de tochtverslagen inhoud 2018

Roptazijl en bezichtiging gemaal en vispassage 27 mei.

Het zou een bijzonder dagje worden: een ontmoeting met Frieslands’ meest ervaren en kleurrijke waterschapper, ontmoeting met een zeekakeloebus, met zwemmers die 6000 km op de teller hebben, een zeer ervaren kayakker die in stilstaand water toch omslaat en hoe diegene die daar het hardst om moest lachen ook zelf blijkt om te slaan in datzelfde stilstaand water…

Tochtleider Tjeerd heeft, uiteindelijk voor 13 Onder de Wadders, een zondagse kluuntocht uitgezet van de Meerton naar Roptazijl en daar met hulp van Siebold (kantoorhoudend op het gemaal in Roptazijl) een excursie geregeld. Met een kort en een lang verhaal over dat gemaal en de 9900 glasaal, paar honderd driedoornige stekelbaarsjes en een paling die daar op die dag persoonlijk over de dijk van het wad naar het Friese water worden geholpen.

Onderweg.

En het was heel mooi weer. Van Franeker naar Ropta is maar een km of 10. Alleen kun je niet doorvaren omdat je 3 keer de boot over moet dragen in- en vlak bij Franeker zonder dat er aanlegplaatsen zijn om dit simpel te doen. In dit jaargetijde staat het riet al flink hoog zodat je min of meer op goed geluk je kayak recht op een oever moet varen en hopen dat je ver genoeg op de kant bent om droog uit te stappen.

Maar eerst Franeker uit; het blijft leuk om de waterwegen door de stadskern en buitenwijkjes te bevaren. De eerste kluunplaats is eigenlijk al snel, een km of 2, na de stadskern: de boten moeten de Gerbrandystraat over. Dat voor Siebold zijn kayak-zitje ook zijn praatstoel is blijkt. We worden deelgenoot gemaakt van al zijn zorgen over waterpeil, -kwaliteit, -diepte, -begroeiing, -zoutgehalte en vooral de mensen die hem in het waterschap voortdurend bellen met wensen over het peil hoger/lager, dieper/ondieper, met meer of minder begroeiing etc. Gezien zijn vrolijke antwoorden begrijpen we dat zijn bellers blijven bellen…. Er is veel te vertellen over de boezem, wateropslag, historie van de waterschappen etc. Het peddeltempo ligt laag; omgekeerd evenredig met de praatintensiteit. Nog geen km verder weer klunen, nu de A31 via een tunnel onderdoor. Wat is het toch fijn dat boten dongels hebben en niemand een volledige uitrusting in zijn luiken heeft gestopt. Weer een km verder en weer overdragen. Dat doen we nu vrijwel met de ogen dicht.

Het water weer in.

Een bocht om en we varen in de Seisbierummer faert, een mooi recht stuk met de wind mee. Langs de faert staan in een weiland lange palen waarvan niemand kan raden waar die voor zijn. Dan vragen we Siebold: die zijn tegen de spreeuwen. Die blijken nl in grote getalen soms in het riet te verblijven waardoor de stengels knakken en aan een geknakte rietstengel heb je natuurlijk niets… Bij Wijnaldum rechtsaf en na een paar slagen verwachten we de rode loper voor het gemaal en een fatsoenlijke uitstapplek. Er zat mot in de loper dus die was er niet en die handige uitstapplek zat nog in de planning. Wel stond op de reling Klaas Kuiken die ons welkom heette en liet blijken dat niet Siebold, maar hij hier de zaakjes regelt. Siebold werd weggestuurd om koffie te zetten en wij werden rond de kantinetafel genood. Daar kwam het eerste korte verhaal over een tamelijk gevaarlijk waddier, de zeekakeloebus, dat eigenhandig door Klaas was overmeesterd en na een uitputtend gevecht aan de haak was geslagen. Tussen duim en wijsvinger hield hij het beest van ten tenminste 50 kg omhoog getuige een geplastificeerde vergroting die voor iedereen zichtbaar op tafel was neergelegd. Slechts de slagschaduw van de hijskraan verried de hulp van buiten hierbij. De toon was gezet. Het korte verhaal van het gemaal is dat het zeewater buiten de dijk moet blijven en het zoete water in Friesland. Het gemaal zorgt daar voor. Het lange verhaal is dat dit nu bijna automatisch geregeld wordt door computers die de enorme elektromotoren bedienen. Ook veel van de schutsluisjes die her en der in de rivieren en kanalen worden automatisch bediend zodat op overal de juiste waterstand kan worden gehandhaafd. Klaas kan zich de tijd nog herinneren dat hij wandelend de sluizen langs moest om die op de juiste hoogte te stellen.

Maar dan het mooiste. Het gemaal blokkeert de terugkeer van glasaal uit de Saragossa zee bij Cuba naar het Europese vasteland om daar het leven te vervolgen en paling te worden. Daar kwam men pas later achter. Hoe nu die glasaal (en jonge 3-doornige stekelbaarsjes) van het wad in de Friese wateren te krijgen zonder continu zout water mee te verhuizen? Nou, door een kanaal door de dijk (met de vorm van de dijk mee) te graven van wad naar vaste land en bij naderend hoogwater de in een fuik gevangen glasaal door de dijk te zuigen en te lozen in een binnendijks reservoir. Natuurlijk met een mooi net ervoor zodat gemonitord kan worden hoeveel aal er door komt. Dat is best veel; Siebold en Klaas telden via een ingewikkelde wetenschappelijk methode die dag 9900 glasaal. Voor de geïnteresseerden: een maatbeker gevuld met 1 liter glasaal bevat 3300 glasaal. Het waterschap heeft dus geïnvesteerd in een handzame maatbeker waar het laboratorium van Klaas en Siebold mee is uitgerust.

Er werd nog veel meer verteld; over de prachtige tuin bij het kasteeltje van Roptazijl bv.

Maar we moesten terug. Matthijs bood namens ODW Klaas een fles uit Franeker aan die houdbaar was zelfs buiten Franeker. En in de boten maar weer. Eerst het lange rechte stuk, maar nu tegen de wind. Met een flink tempo werd er toch nog wat aan de fitheid gedaan. Nu natuurlijk 3 keer klunen terug. Ervaren als we waren: vaart maken, het riet in en zo hoog mogelijk komen, even balanceren, droge voeten en aan de andere kant er weer in. Ook vaart maken van de helling afglijden, wel de peddel in het water houden en varen maar. Onze Thom kan dat als geen ander. Vooral dat vaart maken, natuurlijk niet op de plek waar de anderen er uit gaan, maar vlak daarnaast. Alleen was het daar wat steiler zodat hij instabiel tussen wal en water balanceert en de invloed van zwaartekracht omzet in een keurige plons. Siebold had zijn kayak net naast die van Thom geparkeerd en wellicht de zwaartekracht bij Thom nog wat geholpen. Helaas was ook hij de macht over het stuur kwijt omdat hij te uitbundig lachte waarbij de zwaartekracht en Thom hem ook te veel werden en ook hij in het riet spartelde. Vermeldenswaard is alleen dat Siebold geheel op eigen kracht aan de andere kant in het water gleed en toen weer omsloeg, zonder Thom.

Het was dus een mooie tocht door het mooie noord Friesland met vooral dankzij Klaas een onvergetelijke tocht!

Verslag Ton Mouthaan.

Terug naar de tochtverslagen inhoud 2018

Rondje Texel Zondag 10 tot en met 12 mei 2018.

Deelnemers: Tom Dotinga, Bas Brekelmans, Judith Geurts.

Tochtleider: Roel Pierik.

1e dag Donderdag 10 mei 2018.

We hebben om 11:00 afgesproken op het parkeerterrein van de KMJC (Koninklijke Marine Jacht Club) in Den Helder. Tijdens het uitladen van de spullen blijkt dat ik mijn zwemvest niet bij me heb. Gelukkig kan ik na een telefoontje aan de KMJC zonder problemen een blokvest lenen. Gelukkig heb ik bij de Meerton een extra spatzeil meegenomen (een extra een leek me verstandig). Maar ondertussen heb ik mijn eigen in Grou laten liggen. Hoe dan? Vraag ik meerdere keren bij mezelf af?! Vast van alle hectiek van de laatste tijd. Deze blunder ga ik echt niet opbiechten roep ik nog, maar ja het hoort toch bij het verhaal….

Ondanks deze vertraging varen we rond 12:00, een half uur eerder dan gepland, de jachthaven uit. De weersvoorspellingen geven voor vandaag een stevige westenwind aan en dus is er eerder deze week besloten om het rondje linksom (langs de Waddenzee) te maken. We hebben dan het voordeel in de luwte van het eiland te kunnen varen. Het is opkomend tij en we merken dat de stroming sterk is, zo’n 2 knopen. Er is weinig scheepvaart en we volgen de groene betonning. Bij T9 varen we tegen de stroom in naar de ton en merken dat de stroming vlakbij de ton nagenoeg weg is. We passeren Oudeschild en er komt ons een geur van gebakken vis tegenmoet (jammie), maar ons doel is te pauzeren op het surfstrandje. Na zo’n 2 uur varen komen we daaraan en genieten op de aanwezige bankjes van de meegenomen warme thee en broodjes.

Na de pauze gaan we via “Het vaarwater naar de Cocksdorp” richting VC Oost. We passeren een groot gebied met staken. Het gaat om een perceel waar mossels gekweekt worden. De wind trekt aan en na weer zo’n 2 uur varen gaat het tempo er bij mij wat uit... Na een korte drijfpauze bij VC 4 wordt besloten een stuk af te snijden. Er staat genoeg water op het wantij en de koers wordt bij gesteld. Weer bij de vaargeul aangekomen is de wind verder aangetrokken tot windkracht 4/5. Het stuk naar Eierland hebben we de wind tegen en hebben we te maken met stevige golven. Het is flink bikkelen, maar ook heerlijk daar te varen. Het spatzeil dat ik aan heb heeft banden en moet met een elastiek, rond het middel, strakgetrokken worden. Het sluit niet genoeg aan en er komt steeds meer water in mijn kuip.

Ik ben blij wanneer we bij het strand zijn. Door al dat water ben ik, ondanks mijn droogpak best wel koud en rillerig geworden. Het blijkt dat we over het laatste stuk nog 2,5 uur gedaan hebben. Nu moeten de boten en de spullen nog naar camping ‘de Robbenjager’. We gaan de kajaks volgeladen met z’n vieren tillen. Twee spanbanden worden onder de eerste boot doorgehaald en met lussen worden handvatten gecreëerd. Zo worden de boten één voor één over het duin getild. Het is rond 20:00 uur en we nemen na het opzetten van de tenten een welverdiende warme douche. Daarna genieten we op een terras nog van een paar koude Texelse Skuumkoppe. Het is al laat en dus kruipen wij in onze tenten en peddelen al dromend nog even verder.

2e dag 11 mei 2018.

De volgende dag staat een dagtocht naar de Slufter op het programma. We rijden de kajaks met de kanokarren over de duinen en vertrekken rond 10:30 uur. Ik doe de banden van het spatzeil nu naar binnen, trek het elastiek strakker en zorg er deze keer voor dat de labyrint sluiting van mijn droogpak over het spatzeil zit.

We profiteren van de uitgaande stroom en dat is prettig, want ik heb serieuze spierpijn. We proberen wat te surfen, maar het is nagenoeg windstil. We zien aan de Noordzee kant wel een grondzee (een breker die boven een ondiepte ontstaat en waarbij het golfdal tot de bodem kan reiken). We kijken er een poosje naar en varen er langs. We hervatten onze tocht, varen langs de strekdam en komen een aantal zeehonden tegen. We varen naar de kust en gaan daar branding varen. Zo langs de kustlijn in de golven varen had ik nog niet eerder gedaan. Wel had ik eens de peddeltechniek die hierbij hoort geoefend (naar de golf blijven kijken en je peddel aan de kant waar de golf is in het water steken). Maar zo een stuk in de golven varen is een leuke ervaring, super!

Bij de Slufter varen we het strand op en houden we in een duinpan even een powernap. Wanneer we weer terug in het Eierlandse Gat zijn is er een stuk met staande golven ontstaan. De wind waait uit het Oosten en de stroming komt uit het Westen. Het is er hobbelig, maar mijn P&H Sirius kan ook dit prima aan. Mijn spierpijn is deze middag al een stuk minder, maar ik ben blij met deze rustdag.

3e dag 12 mei 2018.

De laatste dag staan we vroeg op en zitten om 8:30 uur al in onze boten. We varen nu wat verder van de kust af, want daar kunnen we optimaal van de stroming profiteren. We schieten lekker op en bereiken op sommige stukken een vaarsnelheid van 12 km per uur. De zon probeert door de laag liggende sluierbewolking te komen en bij de Koog houden we onze eerste stop. We zijn ruim op tijd en nemen nog een kijkje bij de meetpaal die we tegen komen. Bij het Molengat hebben we de stroom tegen en daalt onze vaarsnelheid naar 4,5 km per uur. De tweede pauze nemen ter hoogte van MG D. Wanneer we aanlanden zien we tot onze verbazing dat we bij het ‘niks om het liif’ strand zijn, maar de zon schijnt oogverblindend. We fabriceren een uniek gerecht van bruine bonensoep met tonijn en genieten van deze geweldige tocht.

Om 15:15 uur is de kentering geweest en hebben we weer stroom mee. Wanneer we bij het Marsdiep zijn aangekomen zien we dat er geen ander scheepsverkeer is. De oversteek verloopt snel en we zien waar de stromen bij elkaar komen nog een schuimrand. Rechts van ons zien we de Lange Jaap (de vuurtoren van Den Helder) staan en hebben het nog even over de deuren van de hel bij Den Helder. We hoeven nog maar een klein stukje van de 19 zeemijlen en varen de Marinehaven binnen. Het is wel indrukwekkend die enorme schepen van de Koninklijke Marine te zien liggen.

En dan ineens zijn we weer bij het strandje van ons vertrekpunt. Na het opruimen van de spullen en het opladen van de kajaks, breng ik het zwemvest terug. We drinken nog wat bij Lands End en kijken terug op een geweldig weekend.

Verslag Judith Geurts.

Terug naar de tochtverslagen inhoud 2018