Non-stop-11-stedentocht

Franeker, vrijdag 24 augustus 8 uur ’s morgens. De camping voor de Meerton ontwaakt. Tanden worden geborsteld, kano’s ingericht, zelfs Dirk is er al uit. “Slecht geslapen, klote luchtbed, moest om de twee uur opgeblazen worden” In de Meerton wordt ontbeten en stapels boterhammen worden klaargemaakt voor onderweg. “Hoe laat is die supermarkt open; we hebben ons brood vergeten” Martin en Gerrit richten de Centrale post in en Klaas staat op z’n post achter de tap. Alles is in rep en roer om op tijd klaar te zijn voor de start van de 5e Non stop Elfstedentocht per zeekano.

Om half 9 is het tijd voor de briefing en de Meerton stroomt vol. Veel bekende gezichten. Van de 23 aangemelde kanoërs hebben 16 eerder meegedaan. Het lijkt wel een familiereünie; her en der worden handjes geschud. Martin verwelkomt iedereen en neemt met hen de voornaamste regels door. Er zijn weinig bijzonderheden, maar bij Sneek moet men over een tweetal slibschermen varen. Uiteindelijk blijkt dat nummer 5, Luuk Post uit Bleiswijk, niet komt en dus blijven er 22 over, waaronder 3 vrouwen.

Om 9 uur ligt er een lange rij kleurige zeekano’s klaar voor de start van deze giga-tourtocht en staat hun bemanning voor de opgave om binnen 36 uur het 206 kilometer lange traject langs de Friese steden af te leggen en ’s zaterdags voor 21 uur de finish in Franeker te bereiken. Met een gemiddelde snelheid van rond de 7 kilometer per uur, betekent dit dat men onderweg slechts korte rustpauzes kan inlassen. Men beschouwt de tocht dan ook als een extreem zware tourtocht, alleen uit te varen met een uitstekende conditie en een goede voorbereiding. De deelnemers moeten minimaal 18 jaar zijn en de jongste, Richard Bouma uit Drachten, zit daar met z’n 20 jaar niet ver van af. Maar je kunt lang mee doen, want de oudste, Jan Faber uit Hurdegaryp is 63 jaar.

De weersomstandigheden zijn goed en na een Le Mans start (John moet zich losrukken van TV-Fryslân) gaan de deelnemers er in hoog tempo vandoor op weg naar Paul de Haas in Dokkum, waar de eerste groep (Johan Jorritsma, John Walta, Erik Heemskerk en Mattijn Vroon) om 14.44 uur aankomt. Toch een gemiddelde snelheid van 8 km/uur. Tot Leeuwarden kan men in willekeurige samenstelling varen; vanaf Leeuwarden vormt men in verband met de veiligheid vaste koppels. De controleposten beoordelen of het verantwoord is om de deelnemers door te laten gaan en houden daarover contact met de Centrale post. Pols- schouder- en rugklachten komen het meest voor en worden zonodig door de volgploegen behandeld.

Rond 6/7 uur ’s avonds komen alle ploegen in Leeuwarden aan en de meesten gebruiken de pauze voor een warme hap of iets wat daar voor door gaat. Goede voeding is natuurlijk een verhaal apart en dus heeft Willem Buruma, die de Leeuwarder post bemant, even een enquête gehouden. De uitslag is verrassend en zelfs de voedingsspecialisten zullen zich waarschijnlijk even achter het oor krabben: 40% aan de patat mayo, aangevuld met hamburgers en kroketten; 25% aan de chinees; 20% aan de zelfgemaakte nasi en de rest eet brood of koeken. Ziedaar het geheim van de powervoeding. Kunnen ze in de Tour de France een voorbeeld aan nemen.

In Sneek, waar Jelle Bouma zit, worden de slikhorden zonder problemen genomen maar jammer genoeg valt, na 100 km varen, Mathanja de Boer uit Hansweert uit door een schouderblessure.

Ook kano’s moeten in donker verlichting voeren en op allerlei ingenieuze manieren wordt daaraan voldaan. Lampen op de boot, ledjes op een stok aan het zwemvest en onze oer-knutselaar Dirk had zelfs een helm met lampjes opgetuigd. Maar dat ding was zo heet en zwaar op het hoofd, dat hij blij was, dat het licht werd.
Na Sneek gaat de verlichting aan. Op naar IJlst en daar moet Oebele Dijkstra uit Lippenhuizen na 105 km met rugklachten opgeven. Via het Slotermeer, waar Theo en echtgenote de deelnemers met een knipperlicht naar de overkant leiden, gaat het richting Stavoren. Daar stappen de laatste twee uitvallers, André Harts uit Alphen a/d Rijn en George Lagas uit Nieuwerkerk a/d IJssel, uit hun kano. George heeft materiaalpech (rugleuning stuk) en rugklachten. Inmiddels is er 150 kilometer afgelegd en is de eerste groep 2.15 uur uitgelopen op de laatste van de zeven groepen.

In de Centrale post is het nu wel erg stil. Martin is een paar uur onder zeil, maar gelukkig houdt Jan Spoelstra mij gezelschap. Durk van der Duim (IJlst), Theo en Jelte (Stavoren) bellen trouw hun bevindingen door, Jan de Boer fungeert als vliegende keep en zo nu en dan valt er een volgploeglid binnen. Als Theo klaar is in Sloten, komt hij nog even langs. Nog steeds enthousiast. “Je kunt het geloven of niet, maar Sietze Bos uit Beetsterzwaag komt aan in Sloten, pakt z’n klompen uit de kano, vist uit z’n luik een suikerbrood, boter en een mes en gaat aan de Fryske sûkerbole”

In Bolsward houdt Elbrich de wacht en volgens haar gaat het goed met de mannen en vrouwen. Op naar Maarten en Jan Spoelstra in Harlingen.

Een enkele maal wordt er vanwege de snelheid of door uitval (ook Dirk z’n maat André Harts valt uit) van groep gewisseld en vanaf Stavoren is groep twee, bestaande uit Wim van Beers en Arno Brouw, begonnen aan een inhaalslag op groep één, Erik Heemskerk, Johan Jorritsma, John Walta en Mattijn Vroon. In Harlingen komen beide groepen samen en tussen Harlingen en Franeker ontspant zich nog even een wedstrijdje. Uiteindelijk wint de eerste groep en komt om 15:30, na 30 uur en 30 minuten binnen. Een zeer goede prestatie, want in deze tijd zijn ook de rustpauzes begrepen. De laatste groep, bestaande uit Ingrid Abelsman en Ed Harreman komt onder luid applaus en oorverdovend getoeter binnen om 18.53 en heeft daarmee de tocht in 33 uur en 53 minuten volbracht. Het feit, dat niemand uit de kano hoeft te worden geholpen en diversen de tocht besluiten met een Eskimorol, zegt toch wel wat over de vaardigheid, mentaliteit en conditie van deze mannen en vrouwen.

Her en der gaan de champagneflessen open en worden er deelnemers in de bloemetjes gezet. Hoor ik toevallig nog even “Hest dien sûkerbole al op Sietze ?” Waarop de man op de zwarte klompjes antwoordt: “Ja, mar hij wie dizze keer wol wat hurd.” Radio Fryslân neem nog snel een paar interviews af en daarna gaat het hele gezelschap naar de kantine.

Daar heeft Martin voor iedere deelnemer een passend toespraakje en een rode roos en reikt John de medailles uit. Ook de deelnemers die vele kilometers volhielden, maar het net niet haalden worden voor hun inzet bedankt. Tot slot wordt John als organisator van de tocht nog even extra in het zonnetje gezet; de tocht organiseren en hem dan ook nog eens varen is best een pluimpje waard. Nadat enkele deelnemers hun dank hebben uitgesproken over de organisatie, de begeleiding en de fijne sfeer rondom het hele gebeuren, gaat iedereen “zijns weegs”.

Samengevat, een prima verlopen Elfstedentocht, ook dankzij allen (en dat zijn er veel meer geweest, dan in dit verslagje worden genoemd) die zich weer voor deze tocht hebben ingezet. Hulde.

Gerrit