Over genieten en Trochwrakselen…

Wat een cadeau heb ik gekregen. De Elfstedentocht per kajak uit mogen varen en dan je dochter aan de telefoon: “Mam, ik ben zo trots op je”. Dan gloeit er iets van binnen: het is hartverwarmend en dat is net wat ik op dat moment nodig heb. Want wat heb ik het koud na 200 kilometer peddelen. Niet gek gezien de zware inspanning en de overgeslagen nachtrust. Bovendien blijk ik na 120 km te misselijk om veel te eten en kan ik na 160 km ook geen isostar meer door mijn keel krijgen; gewoon fris water had ik helaas niet onder handbereik. Zelfs de heerlijke warme douche kon de kou niet verdrijven en zo ging de prijsuitreiking half langs me heen. Dat was jammer want de foto’s waren prachtig en de verhaaltjes van Martin, een van de organisatoren van dit festijn, waren hoogstpersoonlijk.

De mooiste foto heb ik met een half oog wel kunnen zien en dat was een foto met het weer tijdens de Elfstedentocht: een cirkel van regen en onweer precies naast de randen van de route; hoe is het mogelijk!
Dat was het cadeau van de Weergoden. Als wij ’s morgens de auto’s moeten inpakken om van de boerencamping om de hoek naar de Kanovereniging Onder de Wadden te rijden komt het met bakken uit de hemel vallen en begint het tot overmaat van ramp ook nog te knetteren. Mijn vaargenoten zitten wat verslagen naar het onweer te kijken. “Kom op” zeg ik, “we gaan varen, dadelijk zijn we nog te laat voor het startsein” en ondertussen sjouw ik de laatste kajak naar de auto samen met Igor ~ die op het laatste moment is verkast van vaarder naar begeleider. En warempel de kajak ligt nog niet op het dak of het is plotsklaps droog. Droog is het de hele tocht gebleven, afgezien van een paar verfrissende spetters, en ook de zon en de wind hielden zich rustig, wat wil je nog meer?

Met ons negenen verzamelen we ons op de boerencamping ‘de Skuorre’, een naam waarvan de betekenis zich voor een westerling zich laat raden; net zoals de lijfspreuk van dit jaar die op het zwarte T-shirt staat afgedrukt: Trochwrakseljen… Maar inmiddels heb ik aan den lijve ervaren wat het betekent: doorworstelen. De eerste 140 kilometer is het dik genieten: al vrij snel krijg ik zeer aangenaam gezelschap van Dirk, die vaart in Trippledirkje. Hoe kom je bij die naam vraag ik hem? Dirk legt uit dat dit zijn derde kajak is en dat hij zijn naam niet graag verbasterd ziet tot Durk en dat bracht hem op dirk-je, een vrouwennaam die minder gevoelig is voor verbastering. Het is een van de vele prachtige verhalen die Dirk mij al varend toevertrouwt. “Klets ik niet teveel voor je” vraagt Dirk mij. “Nee hoor” antwoord ik “je gaat je gang maar”. Ik ben meer een stille vaarster die het heerlijk vind om in kadans te peddelen en te genieten van het kleurenspel van de natuur. En dat gaat goed samen: stil genieten en luisteren naar de verhalen van Dirk. Sterker nog: het was een welkome aanvulling op de kilometers lange rietkragen die we zijn gepasseerd. Ja, Friesland heeft mooie steden maar je bent er snel doorheen en voor je het weet vaar je weer tussen het riet!

En dan zijn we in Leeuwarden, een spannend moment want hier worden de groepjes gevormd voor de rest van de tocht. Maar die spanning is bij mij inmiddels al verdwenen want ik vorm met Dirk een hecht team en Dirk vraagt mij of er nog anderen bij ons aan mogen sluiten. “Geen probleem” zeg ik, “laat maar meevaren”. Ja, voegt Dirk er aan toe voor het geval ik me vereerd zou voelen, “het is niet zozeer om jou maar vanwege je GPS in de nacht”. En dat vond ik nou weer erg grappig, dat mijn GPS mijn vaargroepje bepaalt; geen seconde zou zoiets van tevoren in me opgekomen zijn.

Maar ik heb de tocht goed voorbereid want ik wil op eigen kracht deze tocht varen. Dus heb ik een GPS aangeschaft om me in de nacht te kunnen redden, uitgebreide schema’s gemaakt waar anderen om lachen, trainingstochten gevaren door weer en wind, tassen vol eten en drinken meegenomen. Ik had zoveel bagage bij me dat een van mijn clubgenoten het gefotografeerd heeft. Maar ik ben door de jaren heen wijzer geworden en vaar mijn eigen koers ongeacht hoe idioot anderen dat vinden. Je moet ook wel een beetje idioot zijn om zo’n afstand non-stop per kajak af te leggen en het is zo leuk om in gezelschap te zijn van nog meer van die idioten.

Maar hoe zou het die idioten vergaan zonder de walploegen? Ja, er zijn van die diehards zoals Dirk die dat niet nodig hebben maar de meeste vaarders hebben een walteam naast zich voor de bevoorrading en de morele ondersteuning. Wij, de vijf vaarders van Kanovereniging IJsselstein, waren gezegend met twee fantastische walploegen die niet alleen onze proviand en kleding vervoeren maar ook nog op de meest onverwachtse plekken weten op te duiken om ons toe te zwaaien of door te geven wie van de club of het thuisfront nu weer gebeld heeft om ons succes te wensen. Die bemoedigende woorden van de walploeg, ik zal niet gauw vergeten hoeveel energie ik daar uit heb gehaald.

Van tevoren hadden we gedacht om in twee teams te varen: een toerteam: de Genietsters en een tijdteam: de Kleuners. Maar zoals wel vaker liep het in de praktijk heel anders. De geest wil wel maar het lichaam doet gewoon anders of veel erger: het weigert soms. Ik kon of wilde het gaatje met Jackie die slechts 200 meter voor me vaarde niet gedicht krijgen, zo vast was ik van plan om niet boven mijn macht te varen en Birgit, de derde genietster, had zich aangesloten bij de Kleuners. En zo kwam het dat ik ondanks de afspraak dat de langzaamste voorop zou varen, heel alleen in een rustig tempo in mijn eentje achteraan voer.

In Sneek neemt Jan vanwege maagproblemen het besluit te stoppen; hij wil anderen niet tot last te zijn. Hoe is het mogelijk dacht ik, Jan die zo sterk vaart en de tocht drie jaar geleden probleemloos uitvoer? Maar dat is heel goed mogelijk en er zijn meer kanjers die de peddel los hebben moeten laten omdat het lichaam niet meer wil. Daar komt bij dat Jan als geen ander weet hoe het is om een ander erdoor te slepen want die rol zit hem als gegoten. Een van mijn angsten tot aan de laatste 10 kilometer toe was dat ook mijn lichaam me in de steek zou laten en je kunt het geloven of niet maar toen na 191 kilometer het lichtje van mijn GPS uitging, was ook mijn accu op. Maar in het zicht van de finish, onder begeleiding van Dirk en Henk en met al die aanmoedigingen van de walploeg nog vers in het geheugen, kon ik niet anders dan Trochwrakseljen.

Hendra Versteegde